Nieuws en inspiratie

BLOS pluist het uit: spraak- en taalontwikkeling

Kinderen groeien als kool. Het is bijna niet bij te houden. Veel ontwikkelingen gaan onopgemerkt aan je voorbij. Ze lijken zo gewoon. Toch is het leuk om er eens bij stil te staan. Dit keer in BLOS pluist het uit: de spraak- en taalontwikkeling van het kind.

spraak-taal-ontwikkeling-bloskinderopvang.jpg

Al heel vroeg zijn kinderen echte talenwonders. In de eerste jaren ontwikkelt de taal van jouw kind zich razendsnel. Een baby praat nog niet, maar met een vierjarige heb je al hele gesprekjes. Rond de leeftijd van één jaar zegt je kind het eerste woordje, vaak ‘mama’ of ‘papa’. Vanaf dat moment leert het iedere dag nieuwe woorden die gaan over iets wat je kunt zien. Daarna, tussen de 18 en de 24 maanden, worden losse woorden gecombineerd tot eenvoudige zinnetjes.

Leren praten

Jij kunt je kind op allerlei manieren helpen met leren praten. Is je kindje nog jong, vertel dan eens wat je aan het doen bent of wat je denkt en voelt. Benoem daarbij de voorwerpen waarmee je bezig bent. Bijvoorbeeld: “Ik vouw jouw kleertjes op”. Benoem voorwerpen waar je kind belangstelling voor toont. Daarnaast is herhaling het toverwoord: zegt jouw kind: “Auto rijde”, dan zeg jij: “De auto rijdt”. Tot slot: heb geduld. Luister naar de woorden van je kind en kijk hem/haar aan tijdens het luisteren. Wacht geduldig tot het uitgesproken is en geef het tijd om te reageren.

Peuters houden van samen lezen. Op dat moment krijgt het even alle aandacht. Mooie verhalen hoort je zoon of dochter graag nog een keer. Je kan het nog eens voorlezen, maar ook naspelen. Sommige prentenboeken zijn heel leuk om met je kind buiten opnieuw te beleven. Er zijn prentenboeken die het kind uitdagen goed om zich heen te kijken. Kijk samen in de tuin naar ‘De spin die het te druk had’. Samen lezen, voorlezen en naspelen stimuleert de spraak- en taalontwikkeling.

Als je kind tussen de drie en de vier jaar is kun je het op andere manieren stimuleren. Geef antwoord op vragen, stel vragen terug en vraag om zijn of haar mening. Ga op vaste momenten met elkaar in gesprek, bijvoorbeeld tijdens het eten of voor het slapengaan. Speel samen spelletjes waarbij je van beurt wisselt want ook rollenspellen zijn zeer leerzaam.

Peuter-af

In de jaren erna – vanaf vier jaar – worden de zinnetjes steeds langer. Het gaat nu ook zinnen gebruiken met ‘en’, ‘of’, ‘want’, ‘maar’ en ‘omdat’. Daarnaast gaat het begrijpen wat er is gebeurd (vroeger) en wat er nog gaat komen (toekomst). In deze fase wordt schrijven steeds interessanter. Het schrijven van bijvoorbeeld een ansichtkaart aan oma is een hele nieuwe belevenis!

Rond de vijf á zes jaar is de basis voor taalontwikkeling gelegd. Wel leert je kind nog steeds om taal te verfijnen, bijvoorbeeld met grammatica. Ook de woordenschat wordt nog steeds aangevuld. Praat veel met je kind, ga samen rijmen, zing liedjes, lees boeken en laat je kind steeds meer schrijven.

Tussen de zes en de negen jaar

Om de spraak- en taalontwikkeling te stimuleren is lezen essentieel. Want wie – met plezier – leest, kan de hele wereld aan en doet mee in onze steeds meer geletterde en multimediale maatschappij. Wie goed leest en teksten begrijpt, kan kennis verwerven en zich goed ontwikkelen.

Rond de leeftijd van zes tot negen jaar is lezen bij vrijwel alle vakken op school een belangrijk onderdeel, zelfs bij rekenen. Veel rekensommen uit het boek zijn in een leerzaam verhaaltje gegoten. Door lezen leert jouw kind ook beter na te denken en het stimuleert de fantasie.

Negen jaar en ouder

Vanaf groep vier begint je kind met ‘begrijpend lezen’ en gaat het zelf stukjes schrijven. Het kan steeds beter vertellen of opschrijven wat het denkt, bedoelt of meemaakt. Deze leeftijdsfase is voor een kind dan ook het startschot van een reeks aan dagboekjes.

Tips voor het stimuleren van de spraak- en taalontwikkeling

  • Benoem de dingen, maar ook de personen in de omgeving: “Daar is mama/papa!”.
  • Herhaal wat jouw kind zegt en voeg informatie toe om de zin kloppend te maken. Zegt het bijvoorbeeld: “Ik toren gemaakt”, dan zeg jij: “Heb je een toren gebouwd?”.
  • Benoem gevoelens. Zo leert het gevoelens van zichzelf en anderen kennen.
  • Voor de ontwikkeling van de woordenschat zijn nieuwe ervaringen en verschillende situaties nodig. Neem je kind bijvoorbeeld mee naar het station of de supermarkt om nieuwe woordjes te leren.
  • Stel open vragen aan je kind zodat het makkelijk over zijn of haar belevenissen kan vertellen.
  • Laat je kind eens een boodschappenlijstje schrijven en ga samen naar de supermarkt.
Terug naar het overzicht

Je kind aanmelden bij BLOS?

Vul dan het inschrijfformulier in en we nemen zo snel mogelijk contact met je op. Wil je liever eerst een kijkje nemen? Vraag dan een rondleiding aan bij een BLOS vestiging bij jou in de buurt. Vragen? Wij helpen je graag!

Inschrijven Contact Rondleiding