Nieuws en inspiratie

Gordonmethode: effectief communiceren met kinderen

icoon-kalender-tekengebied-2.png 6 september 2021
icoon-klokje 2 minuten

Gordonmethode deel 1

Bij BLOS werken we volgens de Gordonmethode: een specifieke communicatiemethode om effectief te communiceren met kinderen. Wij gebruiken de Gordonmethode in de omgang met de kinderen en bij het stellen van grenzen. De komende tijd nemen we je in drie artikelen nemen mee in verschillende onderdelen van de methode. In dit eerste artikel lees je wat de Gordonmethode is en zoomen we in op de aspecten actief luisteren, de ik-boodschap en overschakelen.

Wat is de Gordonmethode?

De Gordonmethode is een communicatiemethode die gericht is op luisteren naar het kind en duidelijk communiceren op basis van gelijkwaardigheid en respect. Respect voor elkaars mening en behoefte staan centraal. Conflicten worden zo opgelost dat niemand het gevoel heeft dat hij verliest. Dit leidt tot meer begrip voor elkaar en minder conflicten, maar ook voor meer zelfvertrouwen en een groter verantwoordelijkheidsgevoel bij het kind. De grondlegger van deze methode is ontwikkelingspsycholoog Thomas Gordon.

Basisbegrippen van de Gordonmethode

De Gordonmethode kent twee belangrijke basisbegrippen: actief luisteren en de ik-boodschap. Hieronder leggen we de twee begrippen uit.  

Actief luisteren

Actief luisteren is met volle aandacht, zonder onderbreking en zonder oordeel, luisteren. Jonge kinderen kunnen hun behoeften vaak nog niet in gesproken taal uitdrukken. Daarom is het goed om ook naar de lichaamshouding en gezichtsexpressie van het kind te kijken.  

Bij actief luisteren is het belangrijk om als volwassene te observeren en je te verplaatsen in het kind. Wat zegt hij, wat doet hij en wat zou hij voelen? Je geeft het kind jouw volle aandacht en steun, zonder dat je het ‘probleem’ overneemt. Wanneer je dat doet, spreken we van een communicatiestop. Dit zijn reacties van de volwassene om het probleem voor het kind zo snel mogelijk op te lossen. Hierbij wordt de oplossing te snel gegeven, zonder eerst goed te luisteren, waardoor de communicatie letterlijk stopt. Hieronder een aantal voorbeelden van communicatiestops.

Voorbeeld 1:

Kind: ‘’Jaap is echt stom.’’

Volwassene: ‘’Dat geloof ik niet. Jullie hebben gister nog leuk met elkaar gespeeld.’’

Communicatiestop: ontkennen van het probleem.

Actief luisteren: ‘’Je bent boos op hem hè? Waarom ben je boos op Jaap?’’

Voorbeeld 2:

Kind huilt omdat het zijn knuffel kwijt is.

Volwassene: ‘’Ik ga hem wel even zoeken.’’

Communicatiestop: overnemen van het probleem.

Actief luisteren: ‘’Dat is vervelend. Je mist hem vast. Waar heb je hem voor het laatst gezien?’’

Voorbeeld 3:

Kind is verdrietig omdat zijn goudvis is overleden.

Volwassene: ‘’We kopen wel een nieuwe vis.’’

Communicatiestop: direct een oplossing bieden, voorbijgaan aan het verdriet.

Actief luisteren: ‘’Wat verdrietig dat Freddy dood is.’

Tips bij actief luisteren

  • Ontvang de boodschap van het kind, herhaal het in je eigen woorden en toets of je het goed begrepen hebt.
    Bijvoorbeeld: ‘’Ik zie dat je boos bent. Wil Julia ook spelen met de auto die jij hebt?’’
  • Geef geen advies of oplossing, maar benoem de gevoelens van het kind.
    Bijvoorbeeld: ‘’Ik zie dat je geschrokken bent.’’ of ‘’Vind je het jammer dat Luuk al op de schommel zit?’’

Door begripvol te reageren op de emoties van het kind, voelt het zich gesteund en begrepen. Zo leert hij of zij dat deze gevoelens bestaan en leert hij of zij ermee omgaan. Daarnaast geef je het kind het gevoel dat het bij je terecht kan en dat je er voor hem bent. Vaak stimuleert dit het kind om nog meer te vertellen.

De ik-boodschap

Het tweede basisbegrip binnen de Gordonmethode is de ‘ik-boodschap’. Als je communiceert vanuit de ik-boodschap, praat je vanuit jezelf: je zegt wat je bedoelt, denkt en voelt en geeft geen commentaar op het gedrag van de ander. Een goede ik-boodschap bestaat uit drie onderdelen:

  1. Het gedrag van het kind, zonder oordeel.
  2. Je eigen gevoel.
  3. De gevolgen die het gedrag heeft.

Voorbeelden van een ik-boodschap

Een goede ik-boodschap beschrijft jouw gedachten, waarnemingen en gevoel.

  • Ik denk: ‘’Ik ben blij dat de zon schijnt.’’
  • Ik voel: ‘’Ik word verdrietig als het andere kind pijn heeft. Slaan doet pijn.’’
  • Ik vind: ‘’Ik vind het fijn dat je zelf je jas aantrekt, dan kunnen we zo naar buiten.’’

Het is belangrijk dat je open en eerlijk bent over je gevoelens en gedachten. Let daarbij ook op wat je non-verbaal uitstraalt. Voor een kind is het onduidelijk als je non-verbaal uitstraalt dat je iets niet prettig vindt, maar dit niet uitspreekt. Als de communicatie tussen de volwassene en het kind duidelijk is, ontstaat een positieve relatie en worden conflicten en ruzies voorkomen. Daarnaast geef je door te zeggen wat je denkt en voelt het goede voorbeeld. Hierdoor stimuleer je het kind om zijn of haar gevoelens ook uit te spreken.

Tips voor een goede ik-boodschap:

  • De ik-boodschap begint altijd met ‘ik’.
    ‘’Ik heb net geveegd, dus je mag je schoenen even uitdoen. Ik wil de vloer graag netjes houden.’’
  • In je ik-boodschap benoem je het gewenste gedrag.
    ‘’Ik vind het fijn en gezellig als we allemaal aan tafel zitten tijdens het eten. Kom maar naast mij zitten.’’

Overschakelen  

Als je merkt dat het kind zich verzet tegen de ik-boodschap, kun je kiezen voor ‘overschakelen’. Je ‘schakelt’ van confronteren naar luisteren. Met andere woorden: je schakelt over van je eigen gevoelens naar die van het kind. Je luistert naar de gevoelens van het kind en laat zien dat je openstaat voor wat er in hem omgaat en dat je probeert zijn behoeften te begrijpen. Na het overschakelen kun je weer terugkomen op je oorspronkelijke ‘ik-boodschap’. Soms moet je meerdere keren overschakelen voordat het kind naar je kan luisteren.

Voorbeeld van overschakelen

Daan voetbalt in de gang.

Volwassene: ‘’Als je in de gang voetbalt, worden de muren vies en dat vind ik zonde.’’

Daan reageert niet en schiet de bal nog een keer door de gang.

Volwassene: ‘’Jij wilt graag verder voetballen.’’

Daan: ‘’Ja.’’

Volwassene: ‘’Jij wilt voetballen en ik ben bang dat de muren vies worden. Zullen we samen een plek zoeken waar niets vies kan worden?’’

Wil je meer weten over de Gordonmethode? Binnenkort gaan we verder in op het gedragsraam.

Terug naar het overzicht

Je kind aanmelden bij BLOS?

Vul dan het inschrijfformulier in en we nemen zo snel mogelijk contact met je op. Wil je liever eerst een kijkje nemen? Vraag dan een rondleiding aan bij een BLOS vestiging bij jou in de buurt. Vragen? Wij helpen je graag!

Inschrijven Contact Rondleiding