Nieuws en inspiratie

Gordonmethode: het gedragsraam

icoon-kalender-tekengebied-2.png 14 oktober 2021
icoon-klokje 4 minuten

Gordonmethode: het gedragsraam

Vorige keer vertelden we je meer over de Gordonmethode en zoomden we in op de aspecten: ‘actief luisteren’, de ‘ik-boodschap’ en ‘overschakelen’. In dit artikel lees je meer over het ‘gedragsraam’. Volgens Thomas Gordon wordt de relatie tussen een volwassene en een kind grotendeels bepaald door de manier waarop de volwassene naar het gedrag van het kind kijkt. Hij ontwikkelde daarom het gedragsraam. Hiermee kijk je naar het gedrag van jezelf en dat van je kind en ontdek je waar het eventuele ‘probleem’ ligt. Aan de hand daarvan beslis je hoe je het probleem oplost.

Gedragsraam van Thomas Gordon

Het gedragsraam van Thomas Gordon kent drie onderdelen. Eerst ga je na of je het vertoonde gedrag acceptabel of onacceptabel vindt. Vervolgens kijk je of er een probleem is en van wie dat probleem is. Tot slot bepaal je met welke ‘ik-boodschap’ je hierover communiceert. Hieronder lopen we alle onderdelen van het gedragsraam stap voor stap door.

Gedragsraam van Thomas Gordon

Stap 1: Is het gedrag acceptabel of onacceptabel?

Boven de lijn staan gedragingen van het kind die je acceptabel vindt. Onder de acceptatielijn staan gedragingen die je niet acceptabel vindt. Of gedrag acceptabel is hangt af van drie factoren:

  1. De omstandigheden (plaats en tijdstip)

Een hele bak met lego omkieperen om hier ’s middags mee te spelen is prima. 5 minuten voor bedtijd niet.

  1. Het kind (leeftijd, temperament)

Een 3-jarige raakt gefrustreerd en gooit zijn jas op de grond, omdat hij zijn rits niet omhoog krijgt. Dit is gedrag passend bij de peuterleeftijd, maar niet per se bij een 10-jarige.

  1. Je eigen stemming (humeur, stress)

Na een stressvolle dag kun je het misschien niet waarderen dat je kind zit te spelen met zijn eten, terwijl je er een paar dagen eerder nog samen om gelachen hebt.  

Stap 2: Van wie is het probleem?

Een ander onderscheid dat Thomas Gordon maakt is: wie heeft een probleem? Hierin onderscheidt hij drie groepen.

Het kind heeft een probleem

Het gedrag is acceptabel. Bijvoorbeeld wanneer je kind huilt omdat het is gevallen. Je vindt het gedrag (huilen) acceptabel, omdat het begrijpelijk is dat hij of zij zo reageert in die situatie. In dit soort gevallen kun je je kind hulp bieden door te troosten.

Er is geen probleem

Veel gedragingen vallen in de groep ‘geen probleem’. Het gedrag botst niet met jouw behoeften en waarden en voor je kind is er ook geen probleem. Voorbeelden hiervan zijn brood eten, een spel spelen en lachen.

Ik heb een probleem

Wanneer je het gedrag van je kind onacceptabel vindt, dan ligt het ‘probleem’ bij jou. Het is dan belangrijk om hierover duidelijk te zijn naar je kind. Je zult iets moeten doen om het kind te laten meebewegen. Er zijn drie manieren van meebewegen:

  • Ruilen

Probeer de reden waarom je kind bepaald gedrag vertoont te achterhalen en geef hem of haar een alternatief. Gooit je kind bijvoorbeeld met speelgoed door de kamer, dan kan hij of zij de behoefte hebben om met iets te gooien. In dat geval kun je je kind een bal geven om buiten mee te gooien. Je ruilt het onacceptabele gedrag om waardoor het acceptabel gedrag wordt. Vertel je kind met de ik-boodschap dat je het gedrag onacceptabel vindt en geef aan wat je wél acceptabel vindt. Bijvoorbeeld: ‘’Ik vind het niet fijn als je met speelgoed door de kamer gooit, dan kan er iets kapotgaan. Zullen we samen buiten overgooien met de bal?’’’

  • Omgeving aanpassen

Soms is het effectiever om de omgeving of de situatie aan te passen dan het gedrag van je kind te veranderen. Je past de omgeving zo aan dat je het onacceptabele gedrag van je kind ombuigt naar acceptabel gedrag. Wanneer je kind binnen aan het rennen en schreeuwen is, kan het helpen om naar buiten te gaan. Een andere optie is om muziek aan te zetten waar hij of zij op kan dansen en springen. Zo kan je kind zijn energie kwijt op een manier die voor jou acceptabel is.

  • Kiezen

Door je kind een keuze te geven respecteer je zijn of haar mening, zonder dat je alle gezag uit handen geeft. Op die manier kunnen veel potentiële problemen in het ‘geen probleem’-gebied blijven. Onthoud wel dat te vaak moeten kiezen of te veel keuzes hebben stress kan veroorzaken. Een dreumes of peuter kun je laten kiezen tussen twee opties. Oudere kinderen uit drie of vier opties. Hieronder enkele voorbeelden.

  • Aankleden: wil je je groene of blauwe sokken aan?
  • Naar school: wil je op de fiets of met je step naar school?
  • Eten: wil je kaas of worst op je boterham?

Stap 3: Welke ‘ik-boodschap’ gebruik je?

In het vorige artikel maakte je kennis met de ik-boodschap. Er zijn vijf soorten ‘ik-boodschappen’. De eerste vier bevinden zich boven de acceptatielijn. De vijfde ‘ik-boodschap’ bevindt zich onder de acceptatielijn.

1. Verklarende ‘ik-boodschap’

Deze beschrijft jouw gedachten, meningen, wensen en waarden.

Voorbeeld: ‘’Ik ben blij dat het droog is, dan kunnen we naar buiten.’’

2. Antwoord gevende ‘ik-boodschap’

Deze geeft een verklaring of een antwoord. Op een ongewenst en onaanvaardbaar verzoek antwoord je met ‘’Nee, omdat…’’ en op een aanvaardbaar verzoek antwoord je met ‘’Ja, omdat…’’.

Voorbeeld: ‘’Nee, omdat ik bang ben dat het stuk gaat.’’

3. Preventieve ‘ik-boodschap’

De preventieve ‘ik-boodschap’ beschrijft gevoelens en/of behoeften die gaan over een situatie in de toekomst. Je benoemt het gedrag dat je wenst en de reden waarom.

Voorbeeld: ‘’Ik wil graag dat je je regenlaarzen aantrekt, want het regent buiten en dan worden je nieuwe schoenen niet vies.’’

4. Positieve ‘ik-boodschap’

Positieve ‘ik-boodschappen’ maken relaties hechter en warmer.

Voorbeeld: ‘’Ik zie dat je de borden al op tafel hebt gezet. Nu kan ik het brood en de andere spullen klaarzetten. Zo zijn we snel klaar. Dat vind ik fijn!’’

5. Confronterende ‘ik-boodschap’

In een confronterende ‘ik-boodschap’ vertel je het kind waarom zijn of haar gedrag niet aanvaardbaar is wat het gevolg van dat gedrag is en hoe jij je daarbij voelt. Door te reageren met jij-taal (bijvoorbeeld: ‘’Je mag niet slaan!’’ of ‘’Houd nou eens op met je gezeur.’’) zeg je iets over het kind en niet over je eigen gevoelens of last die je hebt van het gedrag. Deze reacties roepen makkelijk verzet op en werken als struikelblok in de communicatie. Wanneer je de ‘ik-boodschap’ gebruikt, is de kans groter dat je kind meewerkt en zijn of haar gedrag verandert.

Voorbeeld: “Als je voor mijn voeten loopt dan kan ik niet doorlopen en dat vind ik vervelend.”

Nog niet uitgelezen over de Gordonmethode? Lees in dit artikel meer over de Gordonmethode en de aspecten actief luisteren, de ik-boodschap en overschakelen. Binnenkort gaan we verder in op de overlegmethode.

Terug naar het overzicht

Je kind aanmelden bij BLOS?

Vul dan het inschrijfformulier in en we nemen zo snel mogelijk contact met je op. Wil je liever eerst een kijkje nemen? Vraag dan een rondleiding aan bij een BLOS vestiging bij jou in de buurt. Vragen? Wij helpen je graag!

Inschrijven Contact Rondleiding